Échte dressuur is als het ervaren van échte liefde.

Echte dressuur is mooi, zacht, warm, harmonieus, krachtig, moeiteloos en straalt rust, balans en geluk uit.
Echte liefde voel je in je hart, zie je, raakt en ontroert je, wil je en straalt eenheid en vertrouwen uit.

Voor paarden voel ik echte liefde omdat ze oogstrelend prachtig en krachtig zijn. Ze maken de wereld mooier,
liegen nooit, geven energie, plezier een geweldig gevoel. Ze dagen uit, zijn gevoelig en intelligent.
  
Ik ben Wieke de Jong en het is mijn passie om zoveel mogelijk mensen te informeren,
confronteren en inspireren waardoor ze échte liefde gaan ervaren met hun paard.


Als jij je paard namelijk met échte liefde rijdt, krijg je er échte dressuur voor terug. Gegarandeerd.

Hoe je dit doet? Door goed te rijden! Laten we eerst kijken wat niet goed rijden is.


Voordat we dit doen, nodig ik je uit om de artikelen "Over de rug van het paard"
en "Het evenwichtsmodel" van Karel de Lange te lezen.

Met gepaste trots presenteer ik zijn artikelen op mijn website.

Want wat weet jij écht over de rug van het paard? En van het evenwichtsmodel?

Lees er alles over in de artikelen.


Dan gaan we nu kijken wat niet goed rijden is, wat wél goed rijden is en hoe je dit voor elkaar krijgt.

Hoe ziet dressuur er tegenwoordig uit en wat gaat er fout?

Welke gevolgen hebben deze fouten voor je paard?

Waarom kun je echte dressuur nooit met je hand afdwingen?

Hoe moet het dan wél en hoe krijg je dit voor elkaar?

Hoe ziet dressuur er tegenwoordig uit?

Onderstaande beelden laten zien hoe de dressuursport er tegenwoordig uitziet.
Deze combinaties scoren op (internationaal) niveau de hoogste punten en zijn succesvol.
Dit zijn de voorbeelden die we als beginnend ruiter allemaal hebben gekregen:
we zijn gaan denken dat dit dressuur is en dat het zo goed is voor ons paard.

Bekijk deze filmpjes:

Helaas toont de KNHS ons geen goede voorbeelden:

Kijk naar de gezichtsuitdrukkingen van deze paarden...

Als de topruiters het zo doen, dan zal het wel goed zijn, toch?
Als zij de grootste prijzen winnen, dan zal het wel zo moeten, toch?

Nee!

Dressuur op deze manier voldoet niet aan de (internationale)
reglementen van de FEI en KNHS en is dus niet goed.


Dat deze vorm van dressuur door (internationale) juryleden wordt beloond en resulteert in winstpunten en prijzen, is een ernstig probleem.
De reglementen hebben tot doel om het welzijn van het paard te garanderen en deze dienen door juryleden te worden gehandhaafd.

Dat gebeurt niet zoals het zou moeten. Sterker: het zorgt voor ongemak, onjuiste belasting, onveiligheid, stress, pijn en vernielt het paard.


Wat gaat er fout?

FOUT 1

1.
De neus van het paard mag nooit achter de loodlijn komen en moet altijd licht voor of op de verticaal zijn.

2. De nek dient het hoogste punt te zijn en de hals moet met lengte opwaarts gewelfd zijn.

3. De hals mag niet worden ingekort door de hand van de ruiter en de verbinding tussen de hand en de mond dient elastisch te zijn. (Zie hoe hard er aan de teugels wordt getrokken: de plooien van de mondhoeken zitten tegen de neusriem aan, de huid op de hals wordt meegetrokken en de teugels snijden in de bespiering). De verbinding tussen de hand en de mond dient altijd door het paard te worden gemaakt.

4. Het paard dient een rustige en gelukkige ("happy athlete") gezichtsuitdrukking te hebben met een ontspannen oog en een zachte mond.

FOUT 2

1.
De hals van het paard mag geen valse knik laten zien, maar dient met lengte opwaarts gewelfd te zijn.

2. De hals mag niet meer buigen dan de lengtebuiging in het lichaam. Door de hals te overbuigen, raakt het paard uit balans en kan het onmogelijk lengtebuiging in het lichaam aannemen.

3. De hand mag de buiging in de hals nooit afdwingen door aan één kant aan de teugels te trekken. (Zie hoe de ruiter het paard overbuigt naar rechts).

4. De mond van het paard dient altijd plezierig gesloten te blijven. Dit paard wordt hard in de mond getrokken waardoor het de mond opent om te proberen aan de pijn te ontkomen.

FOUT 3

1.
Het paard mag de rug niet wegdrukken en dient een soepel swingende rug/ romp te hebben.

2. Het paard mag geen stuwend achterbeen hebben waardoor het de achterhand omhoog duwt. Dit leidt tot een holle rug en een instabiele romp. Als het bekken correct voorover kantelt, krijgt het paard een dragend achterbeen en een dalende achterhand.

3. Het paard hoort in balans te zijn en mag niet op de voorhand lopen met een neerwaartse romp. Het zwaartepunt dient niet tussen de voorbenen te liggen, maar in het midden van de romp.

4. De draf is een twee-tempi takt beweging. Het paard mag geen onregelmatig bewegingspatroon vertonen. (Zie hoe het paard het rechterachterbeen al van de grond heeft, terwijl het linkervoorbeen nog aan de grond staat).

Lees hier het artikel "Over de rug van het paard" en hier het artikel "Het evenwichtsmodel" van Karel de Lange.

FOUT 4

1.
De ruiter mag nooit achter de loodlijn op het paard zitten. Hierdoor komt het gewicht van de ruiter achterin het zadel waardoor de achterkant van het zadel in de rug van het paard duwt. De ruiter dient recht op het paard te zitten waarbij schouder-elleboog-heup-hak een verticale lijn vormt.

2. De ruiter mag niet achterover hangen waardoor een verkeerde holle onderrug ontstaat. Als de ruiter achter de loodlijn zit, krijgt hij/zij automatische een holle onderrug.

3. De ruiter mag niet aan de mond van het paard hangen, maar dient gevende, ontspannen en zachte armen en handen te hebben. (Zie de spierspanning in de armen van de ruiter en de krampachtige, strakke hand waardoor de zweep naar achteren wijst). Harde knuisten maken harde monden.

4. De benen van de ruiter dienen rustig en recht naar beneden te hangen met een naar voren wijzende, horizontale voet. (Kijk hoe deze ruiter de knieën heeft opgetrokken en op de tenen in de beugels staat).

Welke gevolgen hebben deze fouten voor je paard?

Bovenstaande fouten vereisen houdingen en bewegingen die je paard niet kan maken.
Niet omdat je paard het niet wil, maar omdat het lichaam niet zo is gebouwd. Dit heeft met anatomie en biomechanica te maken.


Beweging is niets meer dat de verplaatsing van gewicht in horizontale richting. Dit hoort altijd in balans te gebeuren.
Als je dit alles van je paard vraagt, wringt het zich in allerlei bochten om aan de pijn, het ongemak en de onveiligheid te ontkomen.


Een paard gaat dit altijd uit de weg door te "compenseren".

COMPENSATIE 1

1.
Het trekken aan de teugels veroorzaakt verkeerde (achterwaartse) druk op onderkaak, pijn en spanning in de mond en zorgt dat het paard achter de teugel gaat lopen. (Kijk hoe de trens bijna tegen de neusriem wordt getrokken waardoor er plooien ontstaan in de mondhoeken en deze bekneld raken). Paarden die zo worden gereden tonen schade (schuurplekjes, velletjes, afgesleten haartjes, etc.) aan de mondhoeken.

2. De ruimte in de mond- en keelholte wordt verkleind, waardoor het paard niet kan slikken, het speeksel uit de mond moet laten lopen en moeite heeft met ademen. De neusvleugels en klieren puilen uit. Omdat het paard in deze houding niet normaal kan ademhalen, moeten de ademhalingsspieren veel meer werk doen om voldoende zuurstof naar de spieren en organen te kunnen brengen. Dat is de reden dat paarden die zo worden gereden in een recordtijd kletsnat van het zweet zijn en schuim op de hals hebben.

Bovendien wordt de ruimte tussen de rand van het kaakbot en de eerste halswervel verkleind. Hier horen twee platte vingers tussen te kunnen. Net als dat er ruimte dient te zitten tussen de neusriem en het hoofd. De strakheid van de neusriem straalt van de foto af.

3. Het paard toont de pijn in het gezicht, in het oog, de neus, de mond en door de oren naar de zijkant te laten hangen. Het wil niets liever dan dat dit stopt.

COMPENSATIE 2

1.
De hals toont te veel bespiering aan beide zijkanten van de hals.

2. De hals toont te veel bespiering aan het begin van de halslijn (dit wordt ook wel een "kap" genoemd),
magere bespiering in het midden van de hals en een rechte of soms zelfs holle bovenlijn.

3. Het paard heeft een onderhals en de halsbespiering loopt laag over in de boeg. Een teken dat de bespiering tussen de romp en de schouders slap is en het paard te veel gewicht op de voorhand moet opvangen met deze spieren.

De halslijn is niet gevormd in een mooie, ronde gelijkmatige boog vanaf de schoft totaan de nek die vloeiend in de schouderbespiering verstrijkt, maar toont ongelijke, harde, strakke spieren in een hoge tonus.

Spieren ogen strak, droog en pezig en zijn zichtbaar in strengen als het paard de hals op en neer beweegt.

Dit geldt ook voor de schouderbespiering.

COMPENSATIE 3

1.
De rug dient altijd recht te zijn. Doordat het bekken onvoldoende naar voren kantelt, wordt de rug instabiel: hol (onder het zadel) en bol (achter het zadel). De rugspieren onder het zadel zijn slap en geatrofieerd (het zadel ligt er soms letterlijk ín) en de rugspieren achter het zadel zijn hard en opgebold. De lendenwervels achter het zadel zijn soms aan de buitenzijde zichtbaar.

2. De holling veroorzaakt een uitgezakte, lage ribbenkast, een hangende buik met slappe buikspieren en een voorbeen dat krampachtig heft in plaats van dat het rond en soepel beweegt en wordt neergezet waar het heen wijst.

3. Het bekken kantelt onvoldoende naar voren waardoor de achterbenen niet kunnen buigen om de achterhand te laten dalen, onvoldoende kunnen dragen, achter de massa komen en enkel kunnen stuwen. De billen staan naar achteren en de achterhand loopt af. De staart wordt niet vloeiend en swingend van links naar rechts in het verlengde van de wervelkolom en op het ritme van de beweging gedragen, maar steekt gespannen af, wordt tegen de billen geklemd, scheef gedragen of zwiept.

De ruglijn van het paard vormt geen vloeiende S-curve vanaf de nek tot de staart met volle, zachte bespiering, maar toont een dip voor de schoft, een scherpe hoek achter de schoft, een holling en een bolling in de rug en een aflopende achterhand.

Lees hier het artikel "Over de rug van het paard" en hier het artikel "Het evenwichtsmodel" van Karel de Lange.

COMPENSATIE 4

Bovengenoemde compensaties zorgen voor disbalans en te veel druk op de kogel- en hoefgewrichten. Hierdoor worden deze veelal scheef belast en moeten ze veel te ver moeten doorzakken om het neerwaartse gewicht op te vangen. Pezen en banden zijn hier niet voor gemaakt.

Aan de voorbenen zie je meestal dat het paard met de hoeven naar elkaar toe staat. Het wijst vanuit de kogel/hoef met de tenen naar buiten of binnen. Het paard heeft ongelijke hoeven: een platte en een steile en de hoeven slijten scheef af (meer aan de buitenkant of meer aan de binnenkant).

Aan de achterbenen zie je meestal dat de benen met de hakken naar elkaar toe staan, de tenen naar buiten of naar binnen wijzen en de hoeven scheef afslijten (meer aan de buitenkant of meer aan de binnenkant).

De dragende benen horen gelijk te worden belast. De benen horen recht onder het paard te staan, de been- en hoefas dient recht te zijn en het paard dient gelijke hoeven te hebben. Bij dit paard zie je dat het linkervoorbeen gestrekt naar voren staat en te zwaar wordt belast. Al het gewicht van paard en ruiter zakken het linkervoorbeen in. En het paard is nog niet eens klaar met landen. (Kijk ook even naar de massieve boeg en onderhals, de hangende ruiter en de opengetrokken mond).

Waarom kun je echte dressuur nooit met je hand afdwingen?

Veel mensen denken dat het paard "bij elkaar" of "er doorheen" moet worden gereden door het met de hand "na te laten geven" en daarna de achterhand erbij te rijden.

Anderen denken dat het paard constant maar "op achter" moet en dat dat gebeurt door het aan de voorkant kort en rond te maken en daarna "bovenin te zetten", zodat het een "open front" heeft.

Weer anderen denken ook dat het paard de rug "loslaat" en "omhoog" brengt door het rond en diep te rijden en naar links en rechts te overbuigen. Het paard zou "los van de hand" moeten komen.

Dit is allemaal niet waar. Als de houding van het paard met de hand wordt afgedwongen, gaat het paard compenseren en gaat het fout.

Volgens de reglementen is het doel van de dressuur om het paard onder het zadel te laten tonen wat het ook in natuurlijke vrijheid en schoonheid laat zien. Hierbij dient het paard de indruk te geven dat het dit uit eigen beweging doet.

Laten we kijken waarom echte dressuur nooit met hand kan worden afgedwongen.

1. Trekken aan de mond van het paard is oneerlijk en respectloos en leidt tot pijn en spanning

Door de op- en achterwaartse richting van de trekkracht kan het paard met het hoofd geen kant op. Het zal de pijn in de mond van het bit op de gevoelige lagen en tong ontwijken en dus een keuze maken: afbuigen en met het hoofd op een "veilige" plek (achter de loodlijn) gaan lopen.

Elk paard informeert de ruiter altijd eerst: het komt tegen de hand, wordt zwaar (op de hand), kruipt achter de teugel of achter de loodlijn.

Sommige paarden hebben dit opgegeven en buigen gelijk af omdat ze weten dat hun signalen niet worden gezien en protest geen zin heeft. Ze weten dat de ruiter meestal nog meer, harder of links-rechts gaat trekken. In deze gevallen is het paard "aangeleerd hulpeloos" en wordt de nageeflijkheid "genomen". Dit is respectloos en schadelijk.

Ook al is de neus een klein beetje achter de loodlijn: het paard moet met de ogen moeite moet doen om de omgeving in de gaten te kunnen houden. Iets wat voor een prooidier van levensbelang is.
Als het paard dit niet kan, leidt dit tot spanning en schrikgedrag.

2. Trekken aan de mond leidt tot een weggedrukte rug en een fout bewegingspatroon

Dit heeft te maken met hoe de wervelkolom is gebouwd. In- of terugwerking met de hand maakt dat er spanning komt op het kaakgewicht. Deze spanning werkt door in de hele wervelkolom. Allereerst komt er spanning in de aanhechting van het achterhoofd op de eerste halswervel. Daarna op de overgang tussen de halswervels op de borstwervels, op de overgang van de borstwervels op de lendenwervels, op de overgang tussen de lendenwervels en het heiligbeen en op de SI-gewrichten die het bekken en de achterbenen aan de wervelkolom verbinden.

Dit paard loopt op de voorhand, de achterhand is hoog en niet gedaald waardoor het paard het achterbeen nooit onder het zwaartepunt (midden) kan zetten. De rug is weggedrukt.

Het toont een foute drafdiagonaal: rechtsachter is al ruim in de lucht en linksvoor staat op de teen.

Het rechtervoorbeen en de rechterschouder worden overstrekt en het linkerachterbeen gaat wijd omdat het paard anders in zijn eigen voorvoet landt. Om die reden heeft het paard waarschijnlijk springschoenen aan.

Dit paard loopt op de voorhand, de achterbenen zijn gestrekt, de achterhand is hoog en achter de massa en de rug is weggedrukt.

Het toont een foute galopdiagonaal: rechtsvoor staat al aan de grond, terwijl linksachter nog moet landen.

Er zal dus nog veel gewicht bij komen op rechtsvoor en daarna op linksvoor.

Het gevolg van de zogenaamde "bergop" galop van tegenwoordig, is dat het gewicht de verkeerde kant op gaat en niet horizontaal wordt verplaatst. Hoe dan ook: het paard moet ook weer "bergaf", waardoor er te veel gewicht op de voorbenen komt.

Ook dit paard heeft een weggedrukte rug en loopt dus op de voorhand; een paard met een weggedrukte rug loopt altijd op de voorhand.

Het toont een foute galop: galop is een drie-tempi beweging waarbij nooit twee benen diagonaal aan de grond staan.

De weggedrukte rug zorgt ervoor dat het paard met de buik naar de grond loopt, de voorbenen voor de massa en de achterbenen achter de massa komen.

3. Wat je van het paard krijgt, kun je nooit nemen (1)

In het woord "na-geef-lijkheid" zit het woord "geven".

Nageeflijkheid is een gevolg van een in balans, ontspannen en energiek voorwaarts gaand paard dat zich goed en veilig voelt en in harmonie is met de ruiter.

Als je je paard in balans, ontspannen en energiek voorwaarts rijdt, geeft je paard jou nageeflijkheid terug. Je krijgt dit van je paard in je hand.

Door in te werken met je hand, maak je het voor je paard onmogelijk om jou nageeflijkheid te geven.

Zie hoe schitterend in balans dit paard is. De ruiter heeft onspannen armen en een zachte, gevende hand, er is geen druk op de teugels, het paard neemt de ruiterhand heel mooi mee naar voren, heeft een zacht oog vol zelfvertrouwen en het paard heeft het zwaartepunt prachtig naar het midden verplaatst. Dit zie je aan de diagonale beenzetting: rechtsachter landt exact onder het zwaartepunt en zal bovendien een fractie eerder landen dan linksvoor. Het bekken is goed voorover gekanteld waardoor de romp stabiel is en op de maat van de beweging omhoog komt en kan swingen. De voorhand wordt lichter waardoor er een groot zweefmoment mogelijk wordt. De hals prachtig opwaarts gewelfd en de neus voor de loodlijn. De ruiter wordt opwaarts meegenomen in de beweging en het voorbeen zal op de hiel van de hoef gaat landen waar het heen wijst. Het hele lichaam van het paard oogt warm en zacht en aan de glooiende spieren die je dat dit paard goed gereden wordt!

Wat zal deze ruiter gelukkig zijn om dit van het paard te krijgen! Dit is échte dressuur en échte liefde!

4. Wat je van het paard krijgt, kun je nooit nemen (2)

Na nageeflijkheid, geeft het paard ons ook al het andere wat we nodig hebben om het paard uit te nodigen zijn maximale bewegingspracht te laten zien: aanleuning, stelling, buiging, verzameling en verruiming.

Ook dit is een gevolg van een in balans, ontspannen en energiek voorwaarts gaand paard dat zich goed en veilig voelt en in harmonie is met de ruiter.

Als je je paard in balans, ontspannen en energiek voorwaarts rijdt, geeft je paard je aanleuning, stelling, buiging, verzameling en verruiming terug. Je krijgt dit van je paard in je hand.

Door in te werken met je hand, maak je het voor je paard onmogelijk om jou aanleuning, stelling, buiging, verzameling en verruiming te geven.

Sterker: inwerking met de hand verkort de hals waardoor de wervelkolom in de knel komt. De paslengte van het achterbeen naar voren verkort en het paard zal taktfouten maken.

Zie wat een prachtig gebalanceerd appuyement dit paard loopt. De lengtebuiging is exact in overeenstemming met de buiging in de hals. Het paard heeft in de nek precies de juiste stelling. De neus is op de loodlijn en de romp is correct geroteerd om de pecieze hoeveelheid zijwaartsheid te bereiken. De ruiter heeft zachte armen en een gevende hand en er is een elastische verbinding tussen hand en mond. Het paard heeft de mond plezierig gesloten, een ontspannen oog en het zwaartepunt prachtig naar het midden verplaatst. Rechtsachter landt onder het zwaartepunt en een fractie eerder dan linksvoor. Het bekken is soepel voorover gekanteld waardoor de rug swingt, omhoog komt en de voorhand lichter wordt. Dit zie je aan de gelijkheid waarmee linksachter en rechtsvoor worden opgetild. De ruiter wordt opwaarts meegenomen in de beweging en het voorbeen zal correct landen. Dit is bewegingspracht! Ook hier oogt het hele lichaam van het paard soepel en warm en aan de eenheid in de bespiering zie je dat dit paard goed gereden wordt!

Wat zal deze ruiter een heerlijk gedragen gevoel van het paard te krijgen! Dit is échte dressuur en échte liefde!

5. Inwerken met de hand brengt het paard uit balans

Met het hoofd en de hals houdt het paard zich in balans. De hals dient op lengte te blijven: met een lange(re) hals heeft het paard meer mogelijkheden om zichzelf in balans te houden.

De hoofd-hals-houding is een gevolg van de verplaatsing van het balans-/zwaartepunt van de voorhand naar achter. Het zwaarste (diepste) punt ligt nu precies in het midden.
Zo wordt het teveel aan gewicht op de voorhand naar de achterhand verplaatst waardoor het te verplaatsen gewicht gelijk over de dragende benen wordt verdeeld. Dit kost het paard kracht en daarvoor dient het in balans te zijn.

Hoe verzamelder het paard, hoe opwaartser de hals. Lengte in de hals is ook nodig om te kunnen dragen. De hand dient altijd de lengte te bieden die het paard nodig heeft om de balans te kunnen bewaren. Alleen zo is het voor het paard mogelijk om helemaal zelf in balans te blijven met de ruiter op de rug: het ultieme doel van dressuur.


Een hals die door de ruiterhand wordt verkort door druk op het bit, zal altijd disbalans en compensatie in het lichaam van het paard tot gevolg hebben.

Zie hoe mooi de verzamelde draf van dit paard is. Het zwaartpunt ligt in het midden en de lichtvoetigheid is goed zichtbaar aan de nauwelijks en gelijke (voor en achter) inzakkende kogelgewrichten. Dit paard draagt dus zoals het hoort: door het maximaal nodige gewicht naar de achterhand te verplaatsen en alle gewrichten in het achterbeen evenveel te laten buigen. De wervelkolom is stabiel, recht, de hals mooi op lengte en de neus op de loodlijn. Ook in de verzameling zal het paard het linkerachterbeen precies onder het zwaartpunt plaatsen. De ruiter zit prachtig in balans, heeft zachte armen en een gevende hand, er is geen druk op de teugels, het paard maakt de verbinding, heeft de mond plezierig gesloten en paard en ruiter hebben een zachte gezichtsuitdrukking. Het paard levert een behoorlijke krachts- en coördinatie-inspanning, maar het ziet er volledig vrijwillig en moeiteloos uit. De rugspieren zijn vol en rond. De bespiering van het hele lichaam van dit paard is precies zoals we het willen: gewoon schitterend!
Het is duidelijk dat dit paard de tijd heeft gekregen om zich te ontwikkelen tot een "happy athlete" en een liefdevolle en goede leerschool heeft gehad!

Wat zal deze ruiter een fantastische harmonie met het paard ervaren! Dit is échte dressuur en échte liefde!

6. De elastische verbinging tussen hand en mond wordt door het paard geïnitieerd

Een elastische verbinding vereist aan beide uiteinden precies evenveel contact waarbij het paard de verbinding aangaat en accepteert door in verbinding te blijven. Alleen op deze manier voelt de ruiter de activiteit van het achterbeen in de hand en of het paard in balans is.

Bedenk goed dat we met onze hand contact maken met misschien wel het gevoeligste deel van het paard: de tong en de lagen in de mond, waar het bot ongeveer een halve centimeter breed is en waar de slijmvliezen direct op liggen.

Als het paard meer lengte nodig heeft, geeft de ruiter en als het paard opwaarts komt, kan de ruiter iets innemen. Een elastisch contact is vol gevoel, licht, verend en zonder spanning of druk. Zo komt de harmonieuze samenwerking tussen paard en ruiter optimaal tot stand.

Zie hoe zacht en open de handen van deze ruiter zijn waarmee het paard exact de juiste lengte krijgt die het nodig geeft voor deze uitgestrekte draf.

Want hoe schitterende is deze uitgestrekte draf. De romp is stabiel en recht, de voorhand en rug omhoog, de hals mooi op lengte en de neus voor de loodlijn zodat het paard een "open front" heeft. Zie de zachtheid in de gevende ruiterarm en -hand. De ruiter zit perfect in balans en straalt rust uit. Er is geen druk op de teugels, het paard maakt mooi de verbinding naar voren, heeft de mond ontspannen en dicht en heeft een rustige en attente gezichtsuitdrukking. En wat komt het paard van de grond. Precies zoals het in de reglementen staat: het zweefmoment dient te worden vergroot en verlengd. Het zwaartepunt ligt mooi in het midden en precies daar landt het linkerachterbeen. Ook weer net voordat het rechtervoorbeen landt. Dit kost heel veel kracht en wat ziet het er simpel uit. De diagonale beenzetting is perfect: rechtsachter landt, waarna linksvoor landt waar het naartoe wijst. De rugspieren zijn vol en rond. Het hele lichaam van het paard oogt als een eenheid waarbij de spieren soepel in elkaar overgaan. Hieraan zie je dat dit paard goed gereden wordt!

Wat zal deze ruiter een machtig gevoel van het paard krijgen! Dit is échte dressuur en échte liefde!



Hoe moet het dan wél en hoe krijg je dat voor elkaar?


Hierboven zag je al een paar goede foto's. Ook onderstaande filmpjes tonen een goed beeld en zijn bovendien zeer educatief:  

Bekijk voor meer goede beelden mijn inspiratiepagina!



Ik ontwikkel momenteel de eerste module van een live online training van 10 weken
waarin je leert hoe je échte dressuur en échte liefde met je paard gaat ervaren!

De totale training bestaat uit 3 modules:

Module 1

Module 2

Module 3

Wil jij 10 weken zelf voelen wat je paard voelt?

Én ben je bereid om

af te slaan waar anderen rechtdoor gaan?

je paard de tijd te geven die het nodig heeft om te herstellen en opnieuw te leren?

je ego, diepgewortelde weerstand en overtuigingen te veranderen?

te werken aan je eigen lichamelijke patronen en gewoonten?

vol te houden als anderen je voor gek verklaren?


En durf je

op jezelf en je paard te vertrouwen?

je hart voor je paard te openen?

en net zo lang geduld te hebben tot de échte dressuur en échte liefde van je paard naar je toe komt?

Dan is deze training jouw startpunt om te leren en te ervaren wat échte dressuur is en hoe je échte liefde met je paard voelt!

Vul je onderstaand contactformulier in?

Dan mail ik je als ik de inschrijving open!

Liefdevolle groet, Wieke de Jong


Wil je het artikel "Over de rug van het paard"of"Het evenwichtsmodel"van Karel de Lange graag als PDF downloaden?

Dat kan hier:

Over de rug van het paard.pdf
Het evenwichtsmodel.pdf


Veel lees- en leerplezier!


Nog een klein stukje over mij ;-)

Ik ben
Wieke de Jong,


gediplomeerd Humaan Sportmasseur (NGS), Happy Athlete Sportmasseur voor paarden (Jack Meager Methode), Facia Release Masseur (Training Raymond Bove), Equine Assisted Coach level 1 (Keulseweg) en in bezit van het transformerende Revalidatietrainer Niveau 1 voor paarden diploma (4 Dimensions Dressage) en het waardevolle Paarden Beoordelen certificaat (Karel de Lange (EASP Stamboek)). Hiernaast heb ik nog allerlei cursussen en trainingen gevolgd.

Het spreekt voor zich dat ik door schade en schande wijzer ben geworden en nog iedere dag leer. Jarenlang heb ik incorrect getraind. Mijn paard moest altijd ronder, dieper, erdoorheen, meer over de rug, meer been, meer hand, meer inbuigen, contra worden gesteld zodat hij zijn rug los zou laten, etc.

Mijn paard heeft in die tijd met spanning gelopen, was altijd in verzet, toonde gespannen gedrag, was strak in zijn lichaam, ontwikkelde zijn spieren niet goed, omdat hij weigerde te compenseren.
Ik ben hem daar verschrikkelijk dankbaar voor. Het heeft ons gebracht waar we nu zijn.

Hetgeen ik vermeld op deze website is niet nieuw, het zijn de regels, de gevolgen van het niet naleven ervan, de werking van de anatomie en biomechanica. Door jaren lezen, studeren, kijken, voelen, verwonderen, mezelf vragen stellen, me kwetsbaar op te stellen, me te laten inspireren door mensen met (veel) meer kennis, experimenteren en onderzoeken, fouten maken, open te staan, kritisch te zijn op mezelf, te berusten in het niet-weten en durven los te laten, ben ik hiertoe gekomen. Ik ben er erg trots op en iedereen die aan mijn proces heeft bijgedragen, met name Karin Leibbrandt, Tessa Roos en Karel de Lange, ontzettend dankbaar.

Nu rijd ik met mijn hart en échte liefde en krijg ik échte dressuur terug. Mijn paard en ik worden daar dagelijks onbeschrijfelijk gelukkig van en in de nabije toekomst wil ik dit graag in wedstrijdverband tonen. Hij ziet er fysiek en spiertechnisch prachtig uit en zit mentaal supergoed in z'n vel. Ik heb werkelijk nooit kunnen dromen dat wij dit in ons hadden en het eind is nog lang niet in zicht.

Nog nooit heb ik zo veel échte liefde voor hem gevoeld en terug mogen krijgen! En wat word ik daar gelukkig van! Dank je wel, prachtige held van me!